Mijn dochter verrast mij op mijn zestigste verjaardag met een weekendje Parijs.
Diezelfde zomer vertrekken wij per trein.
Ze heeft een leuk hotelletje geboekt vlakbij de Moulin Rouge en alleen al vanuit het raam naar buiten kijken is een belevenis.
Aan de overkant van ons straatje heeft een vrouw haar domicilie gevonden.
Ze ligt daar ’s nachts op een stuk karton met wat oude lappen over zich heen, een tas met haar spullen binnen handbereik. Een hond bewaakt de tas, dus er komt niemand aan.
Nieuwsgierig geworden lopen wij een keer langs haar heen, maar ze heeft de oude lappen over haar hoofd getrokken, het is dus onmogelijk om haar leeftijd te schatten.
’S morgens is ze weg, maar ’s avonds ligt ze er weer.
Bij het weekendje Parijs zit ook een metro kaartje voor drie dagen, waar we natuurlijk vaak gebruik van maken. Ons eerste uitje is naar de Eiffeltoren, maar eenmaal daar aangekomen staat er zo’n lange rij toeristen te wachten dat we besluiten iets anders te gaan doen.
We wandelen door Parijs en kijken onze ogen uit, wat een heerlijke stad.
We pakken een terrasje en betalen een schandalig hoge prijs voor een kopje koffie, maar allah dit is Parijs. Via Pont Neuf steken we de Seine over en wandelen daar verder.
Voor ons loopt een bijzonder excentrieke vrouw met twee honden aan de lijn.
Een grote- en een klein hondje.
De grote hond loopt vrolijk door maar de kleine wordt telkens worden meegesleurd.
De vrouw schreeuwt ook af en toe tegen het hondje waarna het beestje angstig in elkaar krimpt.
Plotseling neemt de vrouw de afslag naar beneden, naar het water en het hondje stribbelt steeds meer tegen. Bij het water aangekomen grijpt de vrouw het hondje in zijn nekvel en smijt hem in het water. Verbijsterd kijken we toe, niemand doet iets.
Als het beestje naar de kant zwemt en er op wil klimmen schopt ze hem terug.
De angst in zijn oogjes is vreselijk om aan te zien.
Ik roep iets tegen de vrouw maar mijn dochter wil niet dat ik me ermee bemoei.
Inmiddels zijn er meer mensen die zich ermee bemoeien, maar niemand doet iets.
Uiteindelijk sleurt ze het hondje de kant op.
Het beestje is zo blij dat hij om haar heen springt en haar handen likt.
Aangeslagen vervolgen wij onze wandeling, Parijs lijkt ineens een beetje minder mooi.
De volgende dag wandelen we weer langs de Seine, maar dan aan de overkant.
Het regent een beetje en ik heb mijn paraplu meegenomen.
Dan zien we ineens dezelfde vrouw weer met haar honden.
Ze zijn nu niet aangelijnd en lopen los rond. De vrouw kijkt over de kade wand naar beneden.
Ik ben benieuwd waar ze naar kijkt en ga naast haar staan om ook naar beneden te kijken.
Heel diep beneden is het water met een heel hoge kadewand.
Als ze verder wil lopen schik ik mijn paraplu wat onhandig en de vrouw struikelt erover.
Ze kukelt van de kadewand naar beneden.
Op dat moment roept mijn dochter;
“Mam kom je nog”?
“Ja, ik kom” zeg ik.
Recente reacties