Selecteer een pagina

Met twee tassen boodschappen ben ik op weg naar mijn auto als ik aangesproken wordt door een jonge vrouw.
“ Mag ik vragen “ zegt ze. Ze spreekt gebrekkig Nederlands en zwaait zo te zien met een plattegrond. Ze is gehuld in een zwart gewaad en draagt een hoofddoek.
“Ik wil gaan naar Leiden “ zegt ze “ ik weet niet weg ”. Meteen krijg ik een raar gevoel, er gaat  een belletje bij me rinkelen. Nu herinner ik het me weer, dat is een vriendin van mij ook overkomen.
“ Mevrouw mij helpen alstublieft “ zegt ze en blijft naast mij lopen
”Ik  weet het niet “ zeg ik. Ik wil mijn auto in en dit mens kwijtraken. Maar ze geeft niet op en blijft naast mij lopen. Nogmaals vraagt ze de weg naar Leiden en ik zeg nog een keer dat dat niet weet.
“ Je moet het maar aan iemand anders vragen “ zeg ik “ ik weet het niet en ik heb haast ‘t spijt me ” ik loop stug door.
Als ik bij mijn auto ben wil ik  mijn sleutels pakken , daarvoor moet ik een tas neerzetten, mijn handtas hangt over mijn schouder en mijn sleutels zitten in mijn schoudertas.
Als bij toverslag is daar nog een vrouw, ook met hoofddoek in net zo’n zwart gewaad, ze komt aan de andere kant van de auto naast mij staan. Zo dichtbij dat ik niet mijn auto in kan. Deze twee vrouwen hebben mij als het ware ingesloten. Dit zelfde is een vriendin van mij ook overkomen en nadat zij zo vriendelijk was om op die plattegrond aan die vrouwen uit te leggen hoe ze moesten rijden, was ze haar portemonnee kwijt.

Hoe raak ik die vrouwen kwijt? Ik sta op het punt om te gaan gillen als er een man aan komt lopen, hij staat naast mij geparkeerd, gelukkig met de neus van de auto naar de andere kant , zodat hij ook aan mijn kant de auto in moet. Ik maak van de gelegenheid gebruik om de eerste vrouw een duw te geven en zeg:
“Laat die meneer er even bij” en meteen graai ik mijn sleutels uit mijn tas. De vrouw niet bedacht op deze interruptie doet inderdaad een stap terug. De andere vrouw draait zich om en loopt weg.
“ Problemen?  “ vraagt de man.
Ik vertel  wat er gebeurd is en we kijken rond waar de vrouwen gebleven zijn. Natuurlijk in geen velden of wegen meer te bekennen.
“ rotwijven “ zegt hij
Opgelucht stap ik in mijn auto maar ik moet even bijkomen van de schrik.