Selecteer een pagina

Hij viel me meteen op bij het instappen; een onzekere jonge man die nerveus om zich heen keek.
Kwam dicht bij mij staan zodat ik zijn strippenkaart kon afstempelen; je kon toen nog met strippenkaarten reizen, en ging op de tweede stoel zitten.

De eerste plaats,  direct rechts  achter mij,  was bezet en aan zijn aarzeling bemerkte ik dat hij graag daar had willen zitten. Hij liep door naar de tweede dubbele zitplaats en keek  om zich heen.

Ik stond bij de beginhalte en had nog enkele minuten voordat  ik moest vertrekken, zodoende kon ik hem observeren. Langzaamaan vulde de bus zich met reizigers en zoals te verwachten nam er iemand plaats naast hem.

Onrustig schoof hij heen en weer op zijn stoel, stond op en kwam naar mij toe, schoof zijn strippenkaart onder mijn neus en vroeg:” Weet u zeker dat u genoeg strippen heeft afgestempeld voor Leiden”? Ik verzekerde hem dat het absoluut voldoende was en enigszins gerustgesteld ging hij weer zitten.

We vertrokken en ik moest nu mijn aandacht bij het verkeer houden, af en toe ving ik zijn blik in de spiegel. Hij bleef onrustig. Bij de vierde stop, de bus was nu bijna vol, stond hij weer op en kwam naar me toe en vroeg weer: “weet u echt zeker dat ik genoeg strippen heb voor Leiden “? Ik kon hem weer geruststellen.

We vervolgden onze weg, maar, hij bleef me intrigeren en ik keek af en toe in mijn spiegel naar hem. Door zijn nerveuze gedraai en was hij andere passagiers ook opgevallen en werd er over hem gefluisterd.

We reden halverwege Leiden toen hij plots naast mij stond, ik had niet gemerkt dat hij was opgestaan en ik schrok er zo van dat ik op wipte van mijn stoel. “Ik moet plassen “ zei hij “nu”.   “Dat kan nu niet” zei ik, ”we zijn bijna in Leiden en daar kun je naar toilet”. “Nee” zei hij ” ik moet nu plassen anders plas ik in de bus”.

Ik was ervan overtuigd dat hij dat ook zou doen. In de bus werd onze conversatie met aandacht gevolgd maar niemand reageerde. Natuurlijk niet, dit was spannend en men wachtte af wat ik zou doen. Ik stopte, hij stapte uit, en verdween achter een boom.

Ik draaide me om naar de andere passagiers en zei, “ hij moet even plassen ”. Niemand reageerde, iedereen keek alsof dit  de gewoonste zaak van de wereld was. “ Zo hèhè “zei hij toen hij weer instapte. Hij ging zitten “sans gene” en wij vervolgden onze reis.

Op het station van Leiden stapte hij uit en zei
“Gelukkig hebben we geen controle gekregen hè? “Anders hadden ze gezien dat u niet genoeg strippen heeft afgestempeld, tot ziens”.