Het is zaterdagavond bijna 24.00 uur en ik sta op het punt om mijn bed in te gaan als er ineens hard op de voordeur wordt gebonsd en een paar keer aangebeld. Ik schrik enorm . Overvallers denk ik meteen. Of die jongelui die hier pas zijn komen wonen, misschien die Marokkaanse jongen wel, met zijn vrienden . Ik durf niet open te doen, mijn hart bonst in mijn keel, en voorzichtig sluip ik naar de gang. Door de matglazen voordeur kan ik zien dat de gang erachter donker is. Dat is vreemd, er brandt altijd licht op de gang. Ineens dapper geworden trek ik de deur open en meteen komt mij de rook tegemoet. Er holt een man voorbij die roept: “eruit mevrouw,eruit, Haasbeek staat in brand“. Al hoestend hol ik terug mijn slaapkamer in, ik draag alleen een slipje en een hemd, zo kan ik niet naar buiten, dus ik graai wat kleren bij elkaar. Probeer het al hollend aan te trekken, struikel over mijn schoenen, pak een tas en denk ondertussen; rustig, rustig, het is nog geen tijd om dood te gaan.
Buitengekomen zie ik een paar van mijn buren verbijsterd bij elkaar staan, de meesten in nachtkledij. Ik kijk rond en mis mijn naaste buren en vraag of iemand ze gezien heeft. Nee,niemand heeft ze gezien. Dan komt Samir, de Marokkaanse jongen aanhollen met Ans in zijn armen en zet haar naast ons neer. Ze heeft alleen haar nachthemd aan en niets aan haar voeten. Dan komt Erwin aanhollen, met Corry in zijn armen, ook in nachthemd en op blote voeten en weer is daar Samir hij heeft Janny uit haar bed gesleurd. De schok is groot en we staan bibberend bij elkaar, nauwelijks beseffend wat er gebeurt. De vlammen slaan uit het pand van Haasbeek. Met gillende sirenes arriveren steeds meer brandweerwagens. Wildvreemde mensen komen met stoelen en dekens aan, ze trekken hun eigen sokken uit om die aan de voeten te doen van de mensen die met blote voeten op de straat staan. Het is hartverwarmend.
Zolang nog niet iedereen beneden is, blijven Samir en Erwin terug gaan de flat in om mensen te waarschuwen en de ouderen die slecht ter been zijn naar beneden te dragen. Pas een dag later komt het besef dat als zij er niet geweest waren , waarschijnlijk niet iedereen het er levend vanaf gebracht zou hebben. Later bleek dat het ook Samir is geweest die op mijn deur gebonkt had en mij toeriep dat ik eruit moest.
Toen deze jongeren in onze flat kwamen wonen waren we er niet blij mee. De flats stonden leeg en omdat er geen senioren zich aanmelden, werden de flats toegewezen aan jonge mensen. We verwachtten lawaai, gehol, geschreeuw en toen bleek ook nog eens dat er een Marokkaan kwam wonen.
En toen kwam de brand, en zonder deze mannen zou het slecht zijn afgelopen met een paar van ons. Wat zijn we blij dat deze mensen hier zijn komen wonen. Ik schaam me over het vooroordeel dat ik had en zeker dat ik gedacht heb ” oh nee hè, een Marokkaan “. Ik, die zelf met een Hindostaanse man getrouwd is geweest en zo gedacht heeft.
Samir is nu ons aanspreekpunt i.v.m. de verzekering, hij regelt de zaken en om de beurt doen we een beroep op hem. Iedereen praat over hem en we denken er allemaal hetzelfde over. Samir onze buurjongen heeft een hart van goud en wat zijn we blij met hem.
Recente reacties