Ik was één en twintig jaar en zwanger van mijn eerste kind.
Het was niet de bedoeling, maar ja, hoe ging het in die tijd, je ging netjes trouwen.
Alles verliep voorspoedig totdat ik bijna dertig weken zwanger was.
Ik werd ziek en kreeg een nierbekken ontsteking.
De medicijnen die ik kreeg hielpen niet veel.
Ik bleef pijn houden en begon weeën te krijgen.
Dus meteen naar het ziekenhuis waar ik aan een infuus werd gelegd om de weeën tegen te houden.
Het LUMC, destijds heette het nog AZL had één grote zaal waar vrouwen lagen te bevallen, slechts gescheiden door gordijn.
In een dergelijk hokje werd ik neergelegd en langzaam sloeg de paniek bij mij toe toen ik al het gegil en geschreeuw hoorde dat achter de verschillende gordijnen klonk.
Wat gebeurde daar achter die gordijnen? Ik, nog zo groen als gras begreep al dat gegil niet.
Een baby krijgen was toch leuk?
Na een week in dat gegil mocht mijn infuus eruit en werd ik naar de zaal gebracht.
Langzaam bedaarde mijn angst en ik genoot van de rust.
Ik kreeg een pilletje onder mijn tong en moest meteen bellen als de weeën weer begonnen.
De tweede dag op zaal voelde ik dat de weeën weer begonnen.
Meteen gebeld en er verscheen een coassistent.
Ze waren net aan het overdragen zei hij, maar hij zou meteen een arts waarschuwen.
Ik wachtte en wachtte, de weeën werden sterker, maar er kwam niemand.
Eindelijk verscheen er een verpleegster die kwam vragen hoe het ging.
Boos vroeg ze waarom ik niemand had gewaarschuwd.
Ik vertelde haar van de coassistent, maar er was niets bekend. Die lummel was mij vergeten.
De weeën waren niet meer te stoppen, dus terug naar de verloszaal.
Ik kreeg een heel team van artsen en coassistenten om mij heen en mijn man werd meteen gewaarschuwd.
Om 01.05 uur die nacht werd mijn zoon geboren. Hij was slechts 41 cm lang en woog 1400 gram.
De arts had hem op één hand ik mocht hem vijf seconden zien en toen was hij weg.
Meteen naar de couveuse. Ik mocht hem niet aanraken, alleen zien vanachter glas .
Toen hij wat was gegroeid ging hij naar de verwarmde wieg, daar zou ik bij hem mogen en zelf wassen. Er heerste toen net een griep epidemie en weer mocht ik niet bij hem.
Toen hij tien weken oud was en ongeveer vijf pond woog mocht hij naar huis.
Ik kreeg een baby in mijn armen gelegd waar ik totaal geen binding mee had.
Ik had hem nooit gevoeld, nooit geroken, nooit mogen knuffelen. We waren vreemden voor elkaar
Alsjeblieft, een paar flesjes melk mee en zoek het uit.
Het heeft heel lang geduurd voordat ik een binding voelde met deze baby, die de mijne was maar niet zo voelde.
Hij is voor mij altijd een zorgenkindje geweest, ik ben een soort schuldgevoel naar hem blijven houden omdat hij niet vanaf het begin mijn moederliefde heeft gekregen.
Hij is nu een grote vent van 52 jaar en heeft mij niet meer nodig, maar blijft speciaal.
Recente reacties