Selecteer een pagina

Ongeduldig kijk ik uit het raam, ik wacht op mijn aflosser.
Gebruikelijk is dat degene die jou aflost op de bus, al buiten op je staat te wachten.
Maar deze keer stond er niemand.
Dus stapte ik af, nam mijn geldbak en strippenkaarten mee en liep het kantoor van Leimuiden binnen. Ik had mijn passagiers gegroet en verteld dat iemand de bus zou overnemen.
Na vijf minuten ben ik op kantoor gaan vragen of ze wisten waar Gerard, die mij zou aflossen, bleef.
Nee, hij had zich nog niet gemeld, maar ook niet afgemeld. Dit was echt heel vreemd.
De regel was dat je niet weg mocht als er geen aflosser was, je liet je bus niet zomaar achter.
Maar ik wilde naar huis, mijn kinderen zouden uit school komen en dan wilde ik thuis zijn.
Er werd druk overlegd, wie ging de bus verder rijden?
Ik had er een hele dienst opzitten en de tijd dat er chauffeurs als reserve zaten was voorbij.
Wegbezuinigt.
Plotseling ging de deur open en daar was Gerard. Maar wat zag hij eruit. Hij was duidelijk gevallen en het gekste van alles, hij had een grote paling in zijn hand. Ook zijn bril was kapot.
Dat was wel zo lachwekkend dat iedereen in de lach schoot.
Maar de bus stond nog steeds te wachten op een aflosser. Zonder bril kon Gerard niet rijden.
De collegialiteit in Leimuiden was groot en één van de chauffeurs die zat te kaarten met collega’s bood aan om de bus naar Alphen te rijden.
Ondanks het feit dat hij ook  al een dienst had gereden. Zo gezegd zo gedaan. De chauffeur vertrok en Gerard deed zijn verhaal:
Hij was op de fiets van Alphen naar Leimuiden onderweg, maar vlak bij de garage van kreeg hij ineens een flinke klap op zijn hoofd. Hij viel van zijn fiets en brak daarbij zijn bril.
Rondkijkend wie hem die klap had verkocht, zag hij een flinke paling op de grond liggen.
Even verderop streek een reiger neer en loerde naar de paling.
De reiger had vermoedelijk de paling uit zijn snavel laten vallen, precies op het hoofd van Gerard.
Als bewijs had hij de paling meegenomen anders had niemand hem geloofd.
De reiger had het nakijken. En iedereen gierde het uit van het lachen.
Er waren nog geen mobiele telefoons in die tijd, anders hadden we het eerder geweten.
Maar wie zou hem geloofd hebben als hij had gezegd: ik kom wat later want ik heb een paling op mijn hoofd gekregen?

Ik niet.