Selecteer een pagina

Mijn zoon wil weer graag de Camino gaan lopen in Spanje.
Ik ook, maar het gaat nog niet, ik ben nog niet sterk genoeg.
We gaan trainen in de sportschool besluit hij.
Ik heb daar zo’n hekel aan, een sportschool.
Maar hij blijft aandringen, je moet je benen trainen ze moeten sterker worden.
Ik wil niet en gelukkig heeft hij het druk met het organiseren van zijn vakantie.
Hij gaat drie weken naar Thailand met zijn dochter.
De sportschool wordt gelukkig even vergeten.
Maar als hij terug is begint hij weer en blijft aandringen.
Ik heb niets om aan te trekken in zo’n sportschool, ja ik heb nog een oude legging,
Mijn dochter reageert geschokt;
“ nee hoor dat kun je niet aan, dat is een fluisterbroek, geen gezicht ”.
Opgelucht doe ik de broek uit, ik heb niets om aan te doen.
Maar weer heeft mijn zoon de oplossing; ik kan de sportkleding van zijn vriendin lenen.
Ook zijn vriendin is enthousiast,
“ ja hoor, prima dat kun je voorlopig wel aan ”.
Dan staat hij voor de deur, we gaan naar de sportschool.
Eenmaal daar laat mijn zoon mij met engelen geduld alle apparaten zien die goed zijn om mijn benen te trainen en sterker te maken.
Chagrijnig volg ik zijn aanwijzingen op, maar hij laat zich niet beïnvloeden door mijn humeur.
Langzaam aan krijg ik er plezier in en merk ik dat ik mijn benen goed moet inspannen.
Ik begin mij te realiseren dat als ik weer wil wandelen ik toch echt moet trainen.
We stoppen na een uur en ik voel me er goed bij.
Over twee dagen gaan we weer.